Meld je nu aan voor het laatste nieuws!

The Troupe

The Troupe verklankt Leonardo da Vinci

22 oktober 2013

De ogen van Leonardo da Vinci zagen alles, en dat maakte hem tot een belangrijke kunstenaar, wetenschapper en filosoof in de Renaissance. Zijn leven bood het materiaal voor de muziektheatervoorstelling Het oog van Leonardo, met moderne muziek en een echte operazanger in de cast.

Is het opera? In elk geval is de muziek doorgecomponeerd en zijn er geen gesproken dialogen. Voor wat betreft de vorm is Het oog van Leonardo zeker opera. Maar, er zit zegge en schrijve één viool in het orkest. Al pleit de aanwezigheid van een echte operazanger dan weer voor het gebruik van het label opera. En die zingt ook nog in het Italiaans.

Het is in elk geval een nieuwe productie van bassist/componist Egon Kracht met The Troupe. In Het oog van Leonardo wordt het leven en werken van Leonardo da Vinci belicht met aardige teksten en vooral een ijzersterke bodem van muziek.

Egon Kracht, die als bassist jarenlang met Maarten van Roozendaal op het podium stond, heeft inmiddels een heel oeuvre opgebouwd van muziektheatervoorstellingen, die een eigen signatuur hebben en vaak gebaseerd zijn op grote verhalen.

Sinds het oprichten van zijn eigen ensemble The Troupe, bijna 20 jaar geleden, maakte Kracht onder meer een bewerking van de Matthäus Passion van Bach en schreef hij zelf de Judas Passion, op een tekst van Jeroen van Merwijk. Twee jaar geleden was er de opera WAAARDE op een eigen libretto van Egon Kracht, gebaseerd op het boek Gloed van Sándor Márai.

Het cliché van een niet in een hokje te plaatsen musicus is in het geval van Egon Kracht geen vals label, maar een absoluut feit. Kracht studeerde op het Amsterdamse conservatorium bij Arnold Dooyeweerd, kreeg les van mega-improvisator Misha Mengelberg en werkte later samen met musici als Polo de Haas en Theo Loevendie.

Muzikaal is Het oog van Leonardo voortdurend spannend en swingend. Ontleend aan jazz, pop, reggae en ook klassieke en oude muziek leggen de vijf musici een bodem onder de teksten en de handeling. De zanglijnen zijn fraai en worden vakkundig gezongen.

Henk Zwart en Linda van Hoeckel zingen verdienstelijk; de laatste klinkt vooral musicalachtig. Een heel ander verhaal is tenor Mark Omvlee. Zijn zang is gebaseerd op een klassieke opleiding en ruime ervaring in opera en lied en dat maakt een enorme vocale ruimte mogelijk. Van hoog naar laag, van hard naar zacht, die overgangen gaan met een gemak dat je in musicals niet veel hoort.

Omvlee was vroeg betrokken bij de totstandkoming van deze productie en kan in onder meer een zeer Italiaanse aria al zijn kwaliteiten laten horen. Zijn ervaring in het lichte genre – hij deed voorafgaand aan zijn zangopleiding het propedeusejaar van de Kleinkunst Academie – mengen mooi met de stevigheid van het klassieke repertoire, waaronder zijn recente rol als Mime in Das Rheingold van Wagner.

Vier tekstschrijvers, waaronder een wetenschapsjournalist, stonden aan de wieg van deze voorstelling. Wat veel wellicht, en hoe grappig en origineel de vondsten en scènes zijn, zoals die over de Mona Lisa, het heeft tekstueel en dramatisch niet altijd voldoende richting.

Het is gelukt om het bijzondere levensverhaal van Leonardo da Vinci in muziektheater om te zetten, met als één van de treffers een effectieve en originele scène over het onderzoek aan lijken dat Da Vinci als nieuwsgierig wetenschapper/kunstenaar deed. Maar structuur en lijn in het verhaal vond ik te weinig aanwezig.

Niettemin is dit een productie die niet gemakkelijk van een label te voorzien is, maar waar je, als je als operaliefhebber even los wilt van klassieke klanken en gekend drama, een erg leuke en swingende avond aan kan beleven.

Het oog van Leonardo staat onder meer op het Leonardo Festival, dat op 26 en 27 oktober wordt gehouden in Amsterdam. Egon Kracht is één van de initiatiefnemers van dat festival. Verder staan er op de speellijst van Het oog van Leonardo nog heel veel Nederlandse steden die tot 22 december worden aangedaan. Zie voor meer informatie de website van The Troupe.

door Francois van den Akker